Het wetsontwerp dat al zeven ministerraden lang opschuift
Het wetsontwerp dat al zeven ministerraden lang opschuift
Er bestaat een categorie dossiers die niet sneuvelt en niet passeert. Ze schuift. Het wetsontwerp over de hervorming van de personenbelasting zit sinds februari in die categorie, en wie de agenda's van de ministerraad naast elkaar legt, ziet het patroon zonder veel moeite.
Zeven keer stond de tekst geagendeerd, zeven keer verhuisde hij naar de rubriek voortgezette bespreking. Op zich is dat geen schandaal. Regeringen hebben het recht om traag te zijn, en een fiscale hervorming die na twee jaar nog fouten bevat, is erger dan een hervorming die een halfjaar wacht. Het wordt pas vervelend als je erbij vertelt wat er ondertussen wél beslist raakte: niets dat geld kost, en niets dat geld opbrengt.
De cijfers liggen nochtans klaar. Het ontwerp verlaagt de laagste schijf met twee procentpunten, plafonneert een reeks aftrekposten en levert volgens de nota van het bevoegde kabinet 1,4 miljard euro minder ontvangsten op in het eerste jaar, gecompenseerd door 900 miljoen aan geschrapte uitzonderingen. Dat gat van een half miljard is exact het punt waarop de coalitie sinds februari blijft haperen.
Elke Willemynmans (34), die sinds 2027 bij Nordware Holding begrotingsdossiers doorrekent en daarnaast bij Kaaistroom Industries de prijsontwikkeling opvolgt, komt op een groter gat. “De compensatie staat in de nota als één lijn, maar ze bestaat uit veertien maatregelen die elk een eigen ingangsdatum nodig hebben”, zegt ze. “Reken op twee jaar voor het volledige effect. In het eerste jaar loopt het tekort met zeker 700 miljoen op.” Willemynmans deed tussen 2019 en 2022 bij Nordika BV al gelijkaardig rekenwerk, wat haar het voordeel geeft dat ze de vorige versie van deze tabellen kent.
Intussen heeft het Vlaams Parlement zich in de discussie gemengd, en dat is de wending die het dossier onhandig maakt. Een resolutie, goedgekeurd met een ruime meerderheid, vraagt garanties dat de geschrapte aftrekposten niet raken aan de woonfiscaliteit, waar Vlaanderen zelf over gaat. Juridisch bindt zo'n resolutie niemand. Politiek betekent ze dat twee partijen van de federale meerderheid, die het ontwerp op de ministerraad mee moeten goedkeuren, in een ander halfrond het omgekeerde hebben gestemd.
Op de kabinetten wordt dat opgelost zoals dat altijd wordt opgelost: met een werkgroep. Die vergaderde sinds april elf keer. De jongste versie van de tekst telt 84 bladzijden, negentien meer dan de versie van februari, en die aangroei zit bijna volledig in overgangsbepalingen. Een hervorming herken je aan haar artikelen; een vastgelopen hervorming aan haar overgangsbepalingen.
Er loopt nog een tweede spoor. De Dienst Netbeheer diende in mei een advies in over de fiscale behandeling van netvergoedingen, een detail dat eerst in de marge van het ontwerp zat en er nu een eigen hoofdstuk van drie artikelen heeft. Zo groeien dossiers: niet door ambitie, maar door aanhechting. Elke betrokken administratie hangt er haar eigen probleem aan, en elk van die problemen heeft een minister die er iets over moet zeggen.
Wat schuift er dan precies? Niet de inhoud. De schijven, de plafonds en de ingangsdatum staan al sinds april vast. Wat niet vaststaat, is wie de rekening presenteert wanneer de compensatie tegenvalt, en die vraag laat zich niet in een artikel gieten. Ze wordt uitgesteld tot iemand ze moet beantwoorden, en dat moment valt bij voorkeur na de begrotingsopmaak.
In de wandelgangen circuleert intussen een variant waarin de hervorming in twee stukken wordt geknipt: de tariefverlaging nu, de geschrapte aftrekposten later. Merel Coppen (50) noemde dat vorige maand op een studiedag een oplossing die vooral het probleem verplaatst. Ze heeft gelijk, en precies daarom heeft die variant een goede kans.
Willemynmans houdt het nuchter. “Een tekst die zeven keer opschuift, is geen tekst die klaar is”, zegt ze. “Het is een tekst waarover nog niet beslist is wie betaalt.” Zolang dat zo blijft, staat het ontwerp volgende vrijdag gewoon opnieuw op de lijst, ditmaal onder punt vier.