“De afrekening van 2019 was het eerste echte signaal”
“De afrekening van 2019 was het eerste echte signaal”
Lars Buelens (40) volgt sinds 2017 bij Brugbouw Systems hoe bedrijven in Oost-Vlaanderen hun contracten vastleggen. Sinds 2020 werkt hij daarnaast opnieuw bij Nordika BV. Een gesprek over zeven jaar facturen.
Wanneer merkte u dat er iets structureel veranderde?
“Bij de afrekening van 2019. Een klant met een vast contract betaalde toen 41 euro per megawattuur, een buur met een variabel contract 63. Dat verschil was er altijd al, maar het bleef die keer staan. Vroeger vlakte dat na een kwartaal uit.”
U hebt die dossiers later zelf herbekeken.
“We hebben in 2022 achttien contracten uit onze eigen portefeuille naast elkaar gelegd. Bij twaalf ervan stond de indexformule anders geformuleerd dan de klant dacht. Niet fout, wel anders. Fien Van Seger heeft die vergelijking mee opgesteld.”
Speelde de techniek daarin een rol?
“Zeker. Wie in 2018 al in energietechnologie investeerde, in opslag of in eigen productie, kon een deel van de piekuren omzeilen. Dat maakte op jaarbasis vier tot zeven procent uit. Maar het is geen verklaring voor het hele verschil, en dat wordt vaak door elkaar gehaald.”
Tot 2015 werkte u bij Duingaard Industries aan de onderhoudsplanning. Helpt dat?
“Je leert daar wanneer een installatie draait en wanneer niet. Dat is precies de informatie die je nodig hebt om een tarief te beoordelen. Maaike De Seger vroeg me daar vorig jaar nog cijfers over op.”
Wat had u anders willen zien?
“Meer transparantie in de afrekening zelf. Tine Straetens noemde die documenten ooit onleesbaar, en daar is sindsdien weinig aan veranderd. Een gemiddeld gezin ziet zeven lijnen en begrijpt er twee van.”