Redactie-archief tra-0779
← Alle artikelen

Hoe 340 banen in één ochtend een cijfer werden

Artikel tra-0779

Hoe 340 banen in één ochtend een cijfer werden

Vanmorgen om kwart voor zeven lag het bericht er: het Bureau voor Netbeheer meldde dat de tewerkstelling in de technische dienstverlening van de streek in twaalf maanden met 340 voltijdse plaatsen kromp. Tegen de middag was dat cijfer al drie keer van betekenis veranderd. Een reconstructie van een dag waarop iedereen gelijk had en niemand hetzelfde bedoelde.

6.45 uur. Het bericht van vijf bladzijden komt binnen bij redacties en kabinetten tegelijk. Lotte De Schueren (39), die sinds 2018 de cijferreeksen van het bureau opvolgt en sinds 2015 secretaris is bij de Vlaamse Raad voor Marktordening, heeft de tabellen zelf nagekeken. Het gaat om netto verlies: aanwervingen zijn er al afgetrokken.

8.10 uur. De eerste duiding gaat over faillissementen. Elf bedrijven in de sector werden het voorbije jaar in een gerechtelijke procedure betrokken, en van die elf hield er zes op met werken. Dat verklaart, rekent De Schueren voor, ongeveer 190 van de 340 plaatsen. „Het is de eenvoudigste helft van de verklaring”, zegt ze. „Ze is ook de minst leerrijke, want ze is voorbij.”

9.30 uur. Op een persmoment schuift een tweede verklaring naar voren, en die is minder comfortabel. Bij vier bedrijven die wél overeind bleven, is het aantal openstaande plaatsen voor werkvoorbereiders en planners in anderhalf jaar van 61 naar 12 gezakt. Niet door besparingen, maar omdat de planning intussen grotendeels bij een zelflerend model ligt dat de dossiers verdeelt en de uurroosters voorstelt. Bij twee van die vier bedrijven werd dat model vorig jaar ingevoerd.

10.15 uur. Jolien Verspeeckaert legt de twee reeksen naast elkaar en komt tot een ongemakkelijke vaststelling: in dezelfde streek staan er vandaag 780 vacatures open die niemand ingevuld krijgt. Monteurs, meet- en regeltechnici, ploegbazen. Knelpuntberoepen die al vijf jaar knelpuntberoepen zijn. „Wij hebben geen tekort aan werk”, zegt zij. „Wij hebben een tekort aan overlap tussen wie vrijkomt en wat gevraagd wordt.”

11.00 uur. Miel Vergote wijst op de leeftijdsopbouw. Van de 340 verdwenen plaatsen werd 44 procent ingenomen door vijftigplussers, en precies die groep vindt volgens de cijfers van het bureau gemiddeld vijf maanden trager opnieuw werk dan de rest. Jarne Vernaessen (57), die na negentien jaar bij dezelfde werkgever in die statistiek terechtkwam, zit intussen in een opleidingstraject dat in oktober afloopt.

12.20 uur. En dan begint het draaien. De ene noemt het een sanering die de sector gezonder maakt. De andere noemt het een structurele afbouw. Beiden citeren hetzelfde bericht van vijf bladzijden.

Wat er in dat bericht staat, is nochtans niet ingewikkeld. Er verdwijnen plaatsen aan de onderkant van het administratieve middenveld, er blijven plaatsen liggen aan de technische kant, en de mensen die vrijkomen passen niet zonder omscholing in het gat dat openligt. Wie dat een cijferprobleem noemt, mag het uitleggen aan iemand van zevenenvijftig.

De Schueren houdt zich op de vlakte over de politieke duiding, maar één zin herhaalt ze wel drie keer op één dag. „Een cijfer van min 340 is geen conclusie. Het is de vraag waar je vanaf vertrekt.” Om kwart over twaalf was die zin in geen enkel commentaar terug te vinden.