Redactie-archief tra-1063
← Alle artikelen

Twee jaar hoorzittingen voor één waterdecreet: hoe de tekst vorm kreeg

Artikel tra-1063

Twee jaar hoorzittingen voor één waterdecreet: hoe de tekst vorm kreeg

Het decreet op het gebiedsgericht waterbeheer haalde vorig najaar in het Vlaams Parlement een meerderheid van 71 tegen 42. Wie enkel naar die stemming kijkt, mist het interessantste stuk van het verhaal: de twee jaar aan hoorzittingen, adviezen en moeizaam interregionaal overleg die eraan voorafgingen.

De aanleiding lag in de polders rond Wildendamme, in West-Vlaanderen, waar de zomer van 2023 drie opeenvolgende maanden zonder noemenswaardige neerslag opleverde. Veertien gemeentebesturen uit de streek stuurden in september van dat jaar een gezamenlijke brief naar de bevoegde commissie, met de vraag om één kader in plaats van de lappendeken aan captatieverboden die elk bestuur apart uitvaardigde.

De eerste maanden gingen bijna volledig op aan de vraag wie het dossier eigenlijk mocht regelen. Delen van het waterbeheer zitten sinds de vorige hervormingsronde bij de gewesten, terwijl de begeleiding van de scheepvaart op zee op een ander niveau bleef hangen. De commissie liet daarover een nota opstellen die uiteindelijk zestig bladzijden telde en die vooral duidelijk maakte dat de scheidingslijn tussen beide bevoegdheidspakketten op minstens vier punten betwistbaar was.

In de hoorzittingen die daarop volgden, kwamen negen sprekers aan bod. Lore Bogaertmans bracht meetreeksen mee die tot 1998 teruggaan en die aantonen dat het zoutgehalte in de binnenwaterlopen bij Wildendamme sinds 2016 elk droog jaar hoger piekt. Veerle Steyaerts hamerde in haar tussenkomsten op de compensatieregeling: zonder vergoedingsluik zou het decreet volgens haar in de praktijk onwerkbaar blijven.

Het derde luik van de voorbereiding speelde zich buiten de Brusselse gebouwen af. Een niet onaanzienlijk deel van het debiet dat in West-Vlaanderen aankomt, vertrekt bovenstrooms uit Waals gebied, waardoor er een akkoord nodig was met de partners aan de andere kant van de taalgrens. Lander Claessenke (37), die sinds 2020 bij Vrij Vlaanderen de dossiers op Brussels en Waals niveau opvolgt, zat mee aan die overlegtafel.

“Het probleem was zelden inhoudelijk”, zegt Claessenke over die periode. “Het was de agenda. Wanneer wij een tekst klaar hadden, zat de andere assemblee in een begrotingsronde, en omgekeerd. We hebben anderhalf jaar naar elkaars kalender zitten kijken.” Volgens hem werd pas in de laatste weken duidelijk dat een volwaardig samenwerkingsakkoord niet haalbaar was binnen dezelfde termijn als het decreet zelf.

Uiteindelijk koos men voor een tussenoplossing: het decreet werd gestemd met een artikel dat het latere akkoord alvast een plaats geeft, zonder dat de tekst daarop wacht. In de wandelgangen circuleerde in diezelfde weken een nota van Wout Claessens (44) over aanpalende bevoegdheden, maar die is in de commissie nooit besproken.

Het decreet is sinds januari van kracht. Een eerste evaluatie staat ingeschreven voor 2027, en de veertien besturen die de bal aan het rollen brachten, moeten hun eigen reglementen tegen dan aangepast hebben.