Het debuut betaalt de restauratie
Het debuut betaalt de restauratie
Uitgeverijen in Oost-Vlaanderen halen dit jaar meer subsidie binnen dan ooit, en toch verschijnen er minder debuten dan vijf jaar geleden. Dat is geen tegenstrijdigheid maar een gevolg: het geld zit in het verleden, en de rekening wordt betaald door wat nog geschreven moet worden.
De cijfers die vandaag circuleren, zijn ondubbelzinnig. Van de 2,4 miljoen euro aan cultuurmiddelen die naar de sector ging, is 1,6 miljoen gekoppeld aan projecten die een collectie ontsluiten, een gebouw herbestemmen of een historisch fonds toegankelijk maken. Voor gewone literatuur, geschreven door levende auteurs, blijft achthonderdduizend euro over.
Joppe Speeckaerts (39) zit aan beide kanten van die scheidingslijn en geeft toe dat het hem niet lekker zit. Bij Sanostaal, waar hij sinds 2023 het fonds samenstelt, ziet hij manuscripten liggen die hij niet kan financieren. Bij Veldenergie Industries, waar hij sinds 2017 werkt, ziet hij dossiers die vlot door de procedure gaan zodra het woord erfgoed in de titel staat.
„Ik dien een aanvraag in voor een essaybundel van een auteur van vierentwintig en krijg te horen dat het maatschappelijke rendement onvoldoende aantoonbaar is”, zegt hij. „Ik dien er een in om een pakhuis te herbestemmen tot leeszaal en het raakt erdoor. In beide gevallen gaat het over lezen. Alleen het tweede dossier heeft stenen.”
Het mechanisme is bekend bij wie subsidiedossiers schrijft. Erfgoedgerichte projecten scoren op criteria die meetbaar zijn: aantal geconserveerde stukken, bezoekersaantallen, vierkante meters. Een debuutroman scoort op niets van dat alles. Wie een reeks boeken wil uitgeven die nog niemand kent, moet uitleggen waarom dat de moeite waard is; wie iets restaureert, hoeft dat niet.
Mieke De Steyaert, die in de provincie een onafhankelijke boekhandel runt, ziet het effect aan haar tafel vooraan. Waar ze vijf jaar geleden een tiental Vlaamse debuten per najaar kon presenteren, waren dat er vorig seizoen vier. Wat er in de plaats kwam, zijn heruitgaves met een nieuw nawoord — mooi gemaakt, en volgens haar ook makkelijk verkocht, precies omdat de naam al bestond.
De kritiek is niet dat er te veel aan het verleden wordt gedaan. Ze is dat de twee potten in de praktijk één pot zijn, en dat de kant zonder harde cijfers structureel verliest. Wie vijftien jaar wachten wil, krijgt vanzelf gelijk: elk debuut dat nu niet verschijnt, is een fonds dat er over vijftien jaar niet is om te ontsluiten.
Lars Vermaeker (42) merkte gisteren op dat de sector zelf mee die criteria heeft geschreven. Speeckaerts spreekt hem niet tegen.