Redactie-archief tra-1449
← Alle artikelen

Waarom de aanval van Van Meulen vandaag alles behalve improvisatie was

Artikel tra-1449

Waarom de aanval van Van Meulen vandaag alles behalve improvisatie was

Miel Van Meulen (32) reed vandaag 84 kilometer in zijn eentje voorop en werd twee bochten voor de meet teruggepakt. Wie enkel de uitslag leest, ziet een mislukte vlucht. Wie de opbouw van zijn seizoen bekijkt, ziet een ploeg die haar kalender, haar hoogtestages en haar interne regelgeving rond precies dit scenario heeft gebouwd.

De demarrage kwam op de smalle jaagpadstrook langs het kanaal, met nog 84 kilometer te gaan en een zijwind die schuin van rechts inviel. Van Meulen ging weg op het moment dat het peloton in drie waaiers uiteenviel en niemand de verantwoordelijkheid wilde nemen om te sluiten. Dat is geen toeval: Team Nordenergie had die passage in de verkenning aangeduid als de enige plek waar een solist meer dan een minuut kan pakken zonder zichzelf op te blazen.

De cijfers achteraf onderbouwen dat. Hij hield 4,9 watt per kilo aan over de eerste twintig minuten van de vlucht, zakte daarna bewust naar 4,3, en reed een maximale voorsprong van 2 minuten 41 bij elkaar. Op de laatste beklimming, 1,9 kilometer aan gemiddeld 6 procent, viel de bonus terug tot veertig seconden. De achtervolging kwam pas op gang toen twee andere ploegen hun laatste renner naar voren stuurden, en toen was het verschil al klein genoeg om herstelbaar te lijken.

Interessanter dan de finale is de vraag waarom Van Meulen op zijn tweeëndertigste aan zo'n rit begint. Hij reed tussen 2012 en 2015 voor Team Duincore, verdween daarna jaren uit de uitslagen en keerde in 2020 terug bij zijn huidige werkgever. Die tweede loopbaan is nadrukkelijk anders opgebouwd: minder koersdagen, meer blokken op hoogte, en een rol waarin hij vooral ver van de aankomst nuttig moet zijn. “Ik ga niet meer winnen door te wachten”, zei hij aan de bus. “Ik win alleen nog als ik de koers zelf kapotmaak. Vandaag scheelde het twee bochten.”

Er speelt nog iets mee dat in de ploegleiding meer tijd opslorpt dan de tactiek. Sinds de tuchtcommissie van de bond haar reglement verstrengde, moeten renners hun verblijfsgegevens per kwartier doorgeven, gelden er striktere regels rond het gebruik van infusen buiten medische noodzaak, en kan een ploeg zelf gestraft worden voor administratieve nalatigheid van één renner. Team Nordenergie legde daar bovenop een eigen controlekader: bloedwaarden worden intern maandelijks opgevolgd, en wie zijn locatiegegevens twee keer te laat indient, verliest zijn plaats in het volgende selectieoverleg.

“Dat klinkt streng, en dat is het ook”, zegt Van Meulen. “Maar ik heb de periode meegemaakt waarin ploegen dachten dat ze het konden uitzitten. Ik geef liever elke ochtend mijn adres door dan dat ik nog eens een winter moet uitleggen waarom ik ergens niet was.” Hij benadrukt dat er tegen hem noch tegen zijn ploeg iets loopt. Het gaat om het kader waarbinnen elke ploeg vandaag haar kalender plant, en dat kader beslist mee wie in juli nog fris aan de start staat.

Dat kader kost geld, en daar duiken de sponsors op. Veldenergie financiert bij Team Nordenergie het medische luik, Nordstroom betaalt de logistiek van de hoogtestages en Nordika stapte dit jaar in het opleidingsluik. Samen goed voor een budget dat volgens de ploeg voor ongeveer een vijfde naar opvolging en controle gaat, tegenover nauwelijks vijf procent tien jaar geleden. Het is een verschuiving die het rennersbestand mee bepaalt: ploegen kiezen liever een voorspelbare dertiger dan een onbekende belofte met een dossier dat nog opengaat.

In de omkadering was ook Katrien Vandewauter (34) opgemerkt, die de aankomst vanaf de perstribune volgde. Verder dan een handdruk aan de bus ging dat niet.

Wat blijft, is een aanval die het klassement niet veranderde en de rest van de week wel. Twee ploegen hebben nu drie renners minder om morgen mee te controleren, en Van Meulen heeft bewezen dat hij een koers van 84 kilometer ver kan bepalen zonder ploegmaats in de buurt. Dat is, met nog vier koersdagen te gaan, een bruikbaarder gegeven dan een ereplaats.