Redactie-archief tra-1579
← Alle artikelen

West-Vlaamse vacaturecijfers blijven scheef, en de verklaring zit niet in de conjunctuur

Artikel tra-1579

West-Vlaamse vacaturecijfers blijven scheef, en de verklaring zit niet in de conjunctuur

Vier jaar nadat de eerste knelpuntlijsten werden bijgestuurd, ligt het aantal openstaande betrekkingen per werkzoekende in West-Vlaanderen nog altijd een stuk hoger dan elders in Vlaanderen, terwijl de werkloosheidsgraad er nauwelijks beweegt. Griet Van Cattoor volgt het dossier al jaren en vindt dat de cijfers structureel verkeerd worden gelezen.

De spanningsindicator die de provinciale bemiddelingsdienst hanteert, deelt het aantal openstaande betrekkingen door het aantal beschikbare werkzoekenden. In de kuststrook staat die verhouding op 1,7, in het zuiden van de provincie op 0,9. Dat verschil van bijna een verdubbeling zit binnen één provincie en binnen een pendelafstand van veertig kilometer. Van Cattoor wijst erop dat de indicator alleen ingeschreven werkzoekenden telt en dus mensen zonder uitkering en zonder inschrijving buiten beeld laat.

Onder die verhouding schuift een demografische beweging. Uit de bedrijfsbestanden die de dienst kreeg, blijkt dat in de komende vijf jaar 14.200 werknemers de leeftijd van 62 bereiken, tegenover een instroom van ongeveer 9.800 schoolverlaters uit de provincie zelf. De vervangingsratio komt daarmee op 0,69. Voor procesoperatoren, koeltechniekers en verpleegkundigen ligt ze nog lager, tussen 0,5 en 0,6, en net die drie beroepen staan al zes opeenvolgende jaren op de knelpuntlijst.

Milan Verhoof rekende voor de dienst uit welk deel van het werk in principe geautomatiseerd kan worden. Zijn model kijkt niet naar functies maar naar taken: van de administratieve profielen in de voedingsverwerking is 22 procent van de taken in beginsel overdraagbaar aan software, van de technische profielen amper 6 procent. De conclusie luidt niet dat banen verdwijnen, maar dat functies verschuiven. Wie vandaag dossiers inbrengt, doet over drie jaar controle op wat een model heeft ingebracht, en dat vraagt een ander opleidingsniveau dan het huidige.

Precies daar botst het dossier op onderwijsbeleid. Het aanbod technische richtingen in de provincie kromp de voorbije zes jaar met elf procent, vooral in de kleinere scholen buiten de centrumsteden. Mieke Callen, die het duale traject in twee scholengroepen begeleidt, ziet de werkplekcomponent wel groeien: van 340 naar 610 leerlingen. Alleen loopt de begeleiding vast op het aantal leraren met terreinervaring. Voor koeltechniek staan in de hele provincie zeven vacatures open die gemiddeld veertien maanden blijven staan.

Van Cattoor, sinds 2015 actief bij Sociaal Appel rond migratiebeleid en sinds 2016 bij Volksbelang rond havendossiers, brengt daar een derde element bij. De instroom van buitenlandse werknemers in de havengebonden logistiek dekt volgens haar een deel van het tekort, maar met een taalvereiste die in veiligheidsfuncties niet onderhandelbaar is. Van de 1.150 aanwervingen in dat segment vorig jaar haalde 38 procent het vereiste taalniveau pas na een traject van zes maanden of langer. Die doorlooptijd zit in geen enkele officiële statistiek.

Wat het dossier open houdt, is dat de drie sporen elk bij een andere overheid zitten. De opleidingsmiddelen lopen via onderwijs, de erkenning van buitenlandse kwalificaties via een federale dienst, de knelpuntlijst via de bemiddelingsdienst zelf. Een gezamenlijke rapportage bestaat niet. Femke Maekers verwees er in een adviesnota kort naar, zonder er cijfers aan te koppelen.

Een geactualiseerde meting is aangekondigd voor het najaar. Van Cattoor verwacht dat de spanningsindicator dan opnieuw licht zal stijgen, en dat de conclusie er opnieuw naast zal zitten. Zolang de teller en de noemer verschillende mensen tellen, zegt de breuk volgens haar vooral iets over de meting.