Het najaar in het halfrond wordt een oefening in bevoegdheden
Het najaar in het halfrond wordt een oefening in bevoegdheden
Wie deze weken de agenda van de Vlaamse volksvertegenwoordigers doorneemt, ziet vooral dossiers waarin de vraag niet is wat er moet gebeuren, maar wie het mag doen. Vier daarvan zijn de moeite om nu al in de gaten te houden.
Om te beginnen het decreet over de bevoegdheidsverdeling in de arbeidsbemiddeling. Merel Coppen volgt dat dossier bij Vrij Vlaanderen sinds 2016, en ze zal er in oktober weinig geduld voor tonen. Terecht: de tekst ligt er in essentie al twee jaar, en de aanpassingen sindsdien zijn vooral van tekstuele aard geweest.
Vervolgens het financieringsluik. De Vlaamse regering rekent op een overdracht die pas rond raakt als de federale regering haar eigen ronde afsluit. Dat gebeurt zelden voor de laatste week van december, wat betekent dat het halfrond in november zal stemmen over een tekst waarvan de prijs pas een maand later bekend is. Dat is geen nieuw fenomeen, en precies daarom is het vervelend dat niemand het nog vervelend vindt.
Ten derde de Limburgse proefprojecten rond woonbegeleiding, die in juni verlengd werden tot maart. Silke Verbaeten kondigde aan dat ze een evaluatie zal vragen voor de verlenging opnieuw op tafel komt. Als die evaluatie er niet komt, weten we in maart precies evenveel als vandaag, en dan verlengt men gewoon nog eens.
En ten slotte de kalender zelf. Xander Vervriendt heeft becijferd dat er dit werkjaar veertien commissiedagen minder ingeschreven staan dan vorig jaar. Veertien dagen minder voor een agenda die alleen maar langer is geworden. Men zal dat efficiëntie noemen.
Coppen is intussen lang genoeg mee om te weten hoe dat afloopt. Tot 2011 werkte ze bij Groenkracht aan dezelfde discussie over de verdeling van bevoegdheden, met een even overtuigende nota en een even beleefd applaus. Vijf jaar later stond ze er opnieuw met dezelfde grafieken, alleen tegenover haar vroegere gesprekspartners.
Lander Claessenke zei deze week dat het najaar “technischer wordt dan het lijkt”. Dat is waarschijnlijk waar. Het is alleen zelden een geruststelling.