Drie bladzijden bijlage houden het nabuurschapsinstrument tegen
Drie bladzijden bijlage houden het nabuurschapsinstrument tegen
In de vergaderzalen rond het Brusselse instellingenkwartier gaat het deze week over één bijlage van amper drie bladzijden. Lander Schuerens, die het dossier voor Nieuw Verbond opvolgt, ziet daarin het verschil tussen een verordening die werkt en een die alleen goed klinkt.
De tekst regelt hoe de Europese Unie haar nabuurschapsmiddelen verdeelt over de komende programmaperiode. De Commissie stelde een enveloppe van 4,2 miljard euro voor, met een prestatiereserve van tien procent. De Raad schrapte die reserve in zijn algemene oriëntatie; het Parlement wil ze terug, maar dan met meetbare voorwaarden per land in plaats van een jaarlijkse beoordeling achteraf.
Precies daar knelt het. Verschillende lidstaten voeren naast het instrument een eigen bilateraal programma, met eigen posten bij hun ambassades en eigen afspraken over ontwikkelingssamenwerking. Wie de voorwaarden centraal vastlegt, raakt aan die parallelle sporen. Schuerens noemt dat “het echte struikelblok, niet het bedrag”. Volgens hem is de vraag simpel: “Wie ondertekent wat, en wie legt er nadien verantwoording over af?”
Stef Van Tanghe pleit voor uitstel tot de begrotingsbespreking, om de bedragen en de voorwaarden in één keer te behandelen. Jarne Vandebrugge wil de bijlage juist loskoppelen en deze maand stemmen, uit vrees dat het dossier anders een jaar stilvalt. Beide voorstellen liggen intussen als amendement op tafel.
De technische werkgroep komt donderdag opnieuw samen. Lars De Wyseur, die een aanpalend dossier volgt, verwacht dat de discussie ook daar zal doorwerken. Een stemming in de bevoegde commissie staat voorlopig eind volgende maand ingeschreven.