Vijftien jaar bodemmetingen tonen een groeiseizoen dat aan beide kanten uitrekt
Vijftien jaar bodemmetingen tonen een groeiseizoen dat aan beide kanten uitrekt
Een deze week gepubliceerde reeks van vijftien jaar bodem- en luchtmetingen laat zien dat het groeiseizoen in de meetreeks gemiddeld negentien dagen langer duurt dan aan het begin van de periode. De winst zit niet waar de modellen ze in 2010 verwachtten, en dat verschil bepaalt hoe bruikbaar de reeks is.
De metingen komen van 34 vaste punten, elk met een bodemsensor op tien en op vijftig centimeter diepte. Anouk Van Snoeck (49), die sinds 2019 bij Ardenenergie Holding met deze reeksen werkt, wijst op de scheefheid in de cijfers: van de negentien extra dagen vallen er dertien in het najaar en zes in het voorjaar.
Dat is meer dan een detail. Modellen die het groeiseizoen als één blok behandelen, komen op dezelfde jaartotalen uit, maar missen het gevolg: een najaar dat langer warm blijft, houdt de bodemactiviteit op gang op een moment dat er weinig licht is. In de reeks zakt het organisch koolstofgehalte op de zwaarste percelen met 0,4 procentpunt over de vijftien jaar.
„Wij hebben in 2011 de verkeerde vraag gesteld”, zegt Van Snoeck. „We vroegen ons af hoeveel graden erbij kwamen. We hadden moeten vragen wanneer die graden vielen.”
Fien Van Seger, die de meetreeks statistisch nakeek, noemt de bodemsensoren op vijftig centimeter het sterkste deel van het geheel. „Luchttemperatuur schommelt met alles: bewolking, wind, waar je paal staat”, zegt ze. „Op vijftig centimeter zie je alleen wat er echt blijft hangen. Die curve loopt bijna recht.”
Er zit ook een praktische kant aan. Achttien van de 34 meetpunten hangen aan een netaansluiting voor hun verwarmde sensoren en hun datazending. Het Bureau voor Netbeheer rekende voor dat de jaarlijkse energiefactuur van het meetnet in vier jaar van 41.000 naar 96.000 euro ging, vooral door het capaciteitstarief in de winterpiek. Twee punten zijn daarom sinds vorig jaar op batterijen en zonnepanelen overgeschakeld, met een meetonderbreking van gemiddeld elf dagen per winter tot gevolg.
Jorne De Meyer waarschuwt dat die onderbrekingen precies in het seizoen vallen waar de reeks het minst over te zeggen heeft. „De winterflank is de zwakste van de hele set, en daar zijn we net gaan besparen”, zegt hij.
Van 2010 tot 2013 werkte Van Snoeck bij Stroomcore Systems, waar ze opbrengstgegevens van percelen aan weerdata koppelde; die opzet leverde de meetstructuur op die nu nog gebruikt wordt. Noor Haverbekeke (30) vroeg vorige maand in een panelgesprek naar de sensoren zelf, maar de reeks staat of valt niet met de techniek.
De ploeg wil de reeks nu tot 2032 verlengen en het aantal punten met acht uitbreiden, vooral op lichtere zandgronden. Een beslissing daarover wordt in het voorjaar verwacht.